Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2010

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL4320.

6.1 Belanghebbende heeft met de verkoop van haar tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen een verkoopwinst gerealiseerd. Gezien de ruime uitleg die het EHRM aan het begrip eigendom geeft (kort gezegd: alles met een waarde in het economische verkeer), is in dezen sprake van een eigendom als bedoeld in artikel 1 van het EP. Op grond van dat artikel verdient dat eigendom bescherming tegen schending door inmenging of beperking van overheidswege. Van een schending van het eigendomsrecht is eveneens sprake. Door het in rekening brengen van heffingsrente kon belanghebbende immers niet ongestoord van haar volle verkoopwinst genieten (de eerste rechtsregel van artikel 1 van het EP derhalve; zie 4.2). Bovendien heeft belanghebbende zich - zij het impliciet - op schending van het eigendomsrecht beroepen. Deze schending behoeft derhalve gerechtvaardigd te worden; zij moet 'lawful' zijn, een 'legitimate aim' dienen, en er moet sprake zijn van een 'fair balance'. Naar mijn mening behoeft het geen discussie dat aan het eerste vereiste is voldaan; de regeling is voldoende toegankelijk, nauwkeurig en voorzienbaar in de uitoefening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cda0f90f4fb25b7b2b1473357ea506b44ce8cd1802c33c4d8997304525650544. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cda0f90f4fb25b7b2b1473357ea506b44ce8cd1802c33c4d8997304525650544, en de alinea staat in dat document op bytes 43174 tot 44325.