Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2010
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL5446.
In het verweerschrift in appel wordt onder 19 gerefereerd aan productie 10, met de stelling dat daaruit "blijkt dat de partner van de man, [betrokkene 1], meewerkt in het bedrijf [A]. Derhalve heeft ook de partner van de man inkomen waarmee in deze alimentatie situatie rekening dient te worden gehouden." Voorts wordt in het verweerschrift in appel onder 31, naar aanleiding van de stelling van de man dat hij thans werkzaam is in de functie van bedrijfsleider bij het bedrijf [A] in België, verwezen naar de door de vrouw overgelegde uittreksels van de Kamer van Koophandel (België), "waaruit blijkt dat de man sinds 1 januari 2006 zaakvoerder is van voormeld bedrijf, waarvan (op papier) de partner van de man oprichter is." Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling is aan de orde geweest welk salaris de man van de BVBA ontvangt en wie dat salaris vaststellen: volgens de man geniet hij een salaris van € 1.780,- netto per maand, inclusief vakantietoeslag, en stellen hijzelf, zijn partner en vijf andere aandeelhouders dat salaris gezamenlijk vast (proces-verbaal van 2 oktober 2008, p. 1), volgens de (advocaat van de) vrouw, die de hoogte van het door de man over 2007 opgegeven jaarsalaris (€ 24.060,-) in twijfel heeft getrokken, "(...) bestaat onduidelijkheid over de vraag wie zijn salaris vaststelt" (proces-verbaal van 2 oktober 2008, p. 2). Het moge zo zijn dat de positie van de man binnen de vennootschap en de daarbij behorende beloning (die de draagkracht van de man - mede - bepalen) van belang zijn met het oog op de vaststelling van de kinderalimentatie waarom het in deze procedure gaat (vergelijk cassatierekest, p. 6, eerste alinea, laatste volzin), maar daarmee is niet gegeven dat het hof, in het licht van productie 10 bij het verweerschrift in appel van de vrouw en in het licht van hetgeen de vrouw in verband met die productie heeft aangevoerd, niet zonder nadere motivering van de door de rechtbank vastgestelde ingangsdatum had mogen afwijken, door die ingangsdatum alsnog op de datum van het inleidende verzoekschrift te bepalen(23).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ef080fe11e99e6bbee1d4d22cd6b18261bd490e460a4a27622dab670907f3c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ef080fe11e99e6bbee1d4d22cd6b18261bd490e460a4a27622dab670907f3c9, en de alinea staat in dat document op bytes 20066 tot 22157.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ef080fe11e99e6bbee1d4d22cd6b18261bd490e460a4a27622dab670907f3c9 | shasum -a 256