Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010
Alinea 261 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL6447.
7.4.12. Desalniettemin meen ik dat de rechter bij het beoordelen van een boete rekening dient te houden met de omstandigheid dat zowel de grondslag van die boete als het bewijs van opzet of grove schuld met behulp van vermoedens is geleverd. In zijn uitspraak dient de rechter daarvan rekenschap te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d55b60a374361ba32c939d1ea0b587a08fd8f9235a537818baa432df82d29fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d55b60a374361ba32c939d1ea0b587a08fd8f9235a537818baa432df82d29fc, en de alinea staat in dat document op bytes 108174 tot 108492.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d55b60a374361ba32c939d1ea0b587a08fd8f9235a537818baa432df82d29fc | shasum -a 256