Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL6447.
4.2. Volgens de toelichting op het middel dient de tekst van artikel 76, lid 2, van de Wet mrb '94 aldus te worden uitgelegd dat met het in deze bepaling genoemde 'tijdvak waarin het (...) bedoelde feit wordt geconstateerd' is bedoeld het tijdvak waarin het feit dat reden is voor naheffing zich heeft voorgedaan. Dat feit is het niet geheel of nagenoeg geheel gebruikt zijn van het motorrijtuig voor taxivervoer. De staatssecretaris wijst ter ondersteuning van zijn stelling op artikel 16 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966 en meent dat wat betreft de naheffingsbepalingen met de invoering van de Wet mrb '94 geen inhoudelijke wijziging is beoogd. Daarnaast wijst hij op doel en strekking van artikel 76 van de Wet mrb '94. Om dezelfde reden kan volgens de staatssecretaris 's Hofs oordeel met betrekking tot de boete niet in stand blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d55b60a374361ba32c939d1ea0b587a08fd8f9235a537818baa432df82d29fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d55b60a374361ba32c939d1ea0b587a08fd8f9235a537818baa432df82d29fc, en de alinea staat in dat document op bytes 12300 tot 13165.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d55b60a374361ba32c939d1ea0b587a08fd8f9235a537818baa432df82d29fc | shasum -a 256