Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010

Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL6551.

5.9. Ik kom derhalve tot de slotsom dat de bepalingen van artikel 76 van de Wet mrb '94 en artikel 20 van de Awr zich niet verhouden als een lex specialis en een lex generalis, in die zin dat zij elkaars werking uitsluiten. Artikel 76 van de Wet mrb '94 regelt niet op uitputtende wijze of en over welke periode nageheven kan worden. De toepassing van artikel 20 van de Awr in een bepaald geval doet ook geen afbreuk aan het bijzondere regime van artikel 76 van de Wet mrb '94, dat immers specifiek is geschreven voor de situatie dat de inspecteur met een bewijsprobleem kampt.(45) Is dit laatste het geval, dan kan de inspecteur gebruik maken van de fictie dat de geconstateerde situatie reeds een jaar bestond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f32ca0a1b875050c7b83fbf61b9e5f663c4669046308a7efafac93b6dde7bda8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f32ca0a1b875050c7b83fbf61b9e5f663c4669046308a7efafac93b6dde7bda8, en de alinea staat in dat document op bytes 73875 tot 74600.