Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL8513.

Ik acht de klacht ongegrond. In rov. 3.4 is het hof ingegaan op het verweer van de Staat dat bij het onverkoopbaar worden van de auto's als gevolg van de maatregel de fabrikanten hun prijzen kunnen aanpassen of een roetfilter kunnen monteren. Het hof heeft, responderend op dat verweer, het in strijd met de strekking van de Verordening geoordeeld dat fabrikanten worden gedwongen hun prijzen te verlagen voor auto's die aan de ingevolge de Verordening nog geldende emissie-eisen voldoen of op straffe van (wat het hof heeft aangeduid als) punitieve heffingen de uitstoot van hun auto's door de montage van een roetfilter tot onder 5 mg/km te verminderen. Dat de maatregel zelf geen verband legt met een uitstoot van minder dan 5 mg/km of het hebben van een roetfilter, doet aan de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof niet af. Kennelijk heeft het hof slechts tot uitdrukking willen brengen dat slechts door de montage van een roetfilter de uitstoot tot onder 5 mg/km zou kunnen worden gereduceerd, waarbij van belang is dat slechts beneden die emissiewaarde een (per saldo-)verhoging van de BPM zou kunnen worden ontlopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdd147e9968a58f7def3b46c94a026d4040633b16fac3cd617ee6735a0fdadd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdd147e9968a58f7def3b46c94a026d4040633b16fac3cd617ee6735a0fdadd0, en de alinea staat in dat document op bytes 55932 tot 57076.