Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010
Alinea 157 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL8513.
3.55 Zoals in het voorgaande reeds bij herhaling aan de orde kwam, is de Staat in zijn verschillende klachten ervan uitgegaan dat het hof, met zijn oordeel dat de maatregel op ontoelaatbare wijze afbreuk doet aan het nuttig effect van de Verordening (rov. 3.7), niet heeft bedoeld dat de maatregel met de Verordening in strijd is. Ik onderschrijf die lezing van het bestreden arrest niet en meen daarom dat ook subonderdeel 8.2 feitelijke grondslag mist, voor zover het verwijst naar eerdere (sub)onderdelen waaraan de veronderstelling ten grondslag ligt dat het hof de maatregel met de Verordening als zodanig (en, meer in het algemeen, met secundair gemeenschapsrecht) verenigbaar zou hebben geacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdd147e9968a58f7def3b46c94a026d4040633b16fac3cd617ee6735a0fdadd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdd147e9968a58f7def3b46c94a026d4040633b16fac3cd617ee6735a0fdadd0, en de alinea staat in dat document op bytes 99014 tot 99728.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cdd147e9968a58f7def3b46c94a026d4040633b16fac3cd617ee6735a0fdadd0 | shasum -a 256