Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010

Alinea 159 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL8513.

3.56 Overigens teken ik nog aan dat ik, anders dan RAI c.s., van mening ben dat de eis van een onmiskenbare onverbindendheid als voorwaarde voor een buitenwerkingstelling van wetgeving, zoals geformuleerd in HR 1 juli 1983, LJN: AD5666, NJ 1984, 360, m.nt. MS, mede geldt in het geval dat de vermeende onverbindendheid uit strijd met communautair recht (of ander internationaal recht) zou voortvloeien. Daarover is twijfel gerezen, mede naar aanleiding van HR 19 mei 2000, LJN: AA5870, NJ 2001, 407, m.nt. HJS. Ik meen dat die twijfel ongegrond is(48) en dat zij niet door de Hoge Raad wordt gedeeld. Zo hanteerde de Hoge Raad de eis van een onmiskenbare onverbindendheid in een door het gemeenschapsrecht beheerste situatie in HR 12 mei 2000, LJN: AA5775, NJ 2000, 714, m.nt. P.J. Slot, rov. 3.7, welk arrest nota bene één week voor het in de vorige volzin genoemde arrest werd gewezen. Recentelijk, in HR 4 september 2009, LJN: BI3451, NJ 2009, 564, m.nt. M.R. Mok, rov. 4.1, heeft de Hoge Raad de gelding van de eis van een onmiskenbare onverbindendheid, ook in door het gemeenschapsrecht beheerste situaties, wederom bevestigd. De Hoge Raad overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdd147e9968a58f7def3b46c94a026d4040633b16fac3cd617ee6735a0fdadd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdd147e9968a58f7def3b46c94a026d4040633b16fac3cd617ee6735a0fdadd0, en de alinea staat in dat document op bytes 102134 tot 103303.