Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL8513.

3.9 Anders dan de Staat, die het bestreden arrest kennelijk zo leest dat het hof de maatregel met de Verordening verenigbaar heeft geacht, vat ik het arrest aldus op dat het hof de maatregel onverbindend geacht, omdat de maatregel met de Verordening zou conflicteren (zie rov. 3.1: "(...) in strijd (...) met de door de Verordening bepaalde wijze van invoering."; rov. 3.7: "Hiermee wordt op ontoelaatbare wijze afbreuk gedaan aan het nuttig effect van de Verordening (...)"). Met dat oordeel, wat daarvan overigens zij, heeft het hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting over de verhouding tussen nationale belastingmaatregelen en bepalingen van afgeleid gemeenschapsrecht. Dat een maatregel als de onderhavige niet met enige verdragsbepaling in strijd is, sluit allerminst uit dat hij met afgeleid gemeenschapsrecht conflicteert en deswege onverbindend is. Het subonderdeel kan daarom niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdd147e9968a58f7def3b46c94a026d4040633b16fac3cd617ee6735a0fdadd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdd147e9968a58f7def3b46c94a026d4040633b16fac3cd617ee6735a0fdadd0, en de alinea staat in dat document op bytes 38782 tot 39722.