Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL8549.

1.3 [Eiseres] heeft aan haar vorderingen primair ten grondslag gelegd(2) dat zij eigenaresse is gebleven van het strookje grond achter de in 1937 geplaatste muur. Deze muur is de feitelijke erfgrens tussen de percelen van [verweerder] c.s. en [eiseres]. [Eiseres] heeft, vanaf 1937 en ook na 1991, steeds de beschikking gehad over de bedoelde ruimte vanaf de muur. Uit de notariële akte van 28 maart 1991 blijkt dat [eiseres] aan [betrokkene 2] slechts het perceel heeft willen verkopen voor zover zich dat uitstrekt tot aan de tuinmuur en niet daarachter. [Verweerder] c.s. hebben in 1998 niet méér kunnen kopen van [betrokkene 2] dan [betrokkene 2] in 1991 van [eiseres] heeft gekocht. Subsidiair heeft [eiseres] zich beroepen op verjaring.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d43ee05282890300dcddff99ef1309d6efab1313662c0f16ca593763a50a1e46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d43ee05282890300dcddff99ef1309d6efab1313662c0f16ca593763a50a1e46, en de alinea staat in dat document op bytes 8418 tot 9176.