Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL8549.

Daarvan uitgaande overweegt de rechtbank vervolgens (rov. 3.4) dat op grond van de feitelijke situatie, te weten de aanwezigheid van de tuinmuur, in relatie tot de omschrijving "en de grond welke daarbij behoort" niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat de wil van [eiseres] niet was gericht op de verkoop van de strook grond, waarbij zij (onder neer) in aanmerking neemt dat die omschrijving - kort gezegd - naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd, dat ter nadere aanduiding van de omschreven grond afmetingen in de akte zijn opgenomen en dat vast staat dat de genoemde afmetingen het gehele perceel inclusief de strook betreffen. De rechtbank komt tot het oordeel (rov. 3.5) dat, nu door [eiseres] terzake onvoldoende is gesteld, het ervoor moet worden gehouden dat indertijd (in 1991) tussen [eiseres] en [betrokkene 2] wilsovereenstemming bestond met betrekking tot de verkoop van het gehele perceel, zodat een rechtsgeldige titel ten grondslag heeft gelegen aan de levering van de strook grond. De strook grond is toen dus eigendom geworden van [betrokkene 2], die bevoegdelijk heeft doorverkocht en geleverd aan [verweerder] c.s.. De rechtbank heeft het beroep van [eiseres] op (verkrijgende) verjaring afgewezen, omdat [eiseres] niet als bezitter te goeder trouw kan worden aangemerkt (rov. 3.7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d43ee05282890300dcddff99ef1309d6efab1313662c0f16ca593763a50a1e46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d43ee05282890300dcddff99ef1309d6efab1313662c0f16ca593763a50a1e46, en de alinea staat in dat document op bytes 10798 tot 12128.