Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL8549.

2.3 Middel 1 klaagt dat het hof ten onrechte althans onbegrijpelijk gemotiveerd heeft geoordeeld dat (i) de fysieke gesteldheid van de objecten in de akte niet althans onvoldoende meewegen, dat (ii) van een discrepantie tussen de omschrijving van hetgeen bij de akte van 28 maart 1991 door [eiseres] aan [betrokkene 2] is verkocht enerzijds en de levering anderzijds niet kan worden gesproken, zodat hetgeen in die akte is omschreven in beginsel ook weergeeft wat [eiseres] heeft verkocht en [betrokkene 2] heeft gekocht (rov. 2), alsmede dat (iii) de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat de strook grond in 1991 en in 1998 is verkocht en geleverd op grond van wilsovereenstemming tussen de betrokken partijen (rov. 3), alsmede dat (iv) [eiseres] zich niet als rechthebbende op de strook in dispuut heeft mogen beschouwen en het beroep op verjaring niet opgaat (rov. 5).(7)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d43ee05282890300dcddff99ef1309d6efab1313662c0f16ca593763a50a1e46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d43ee05282890300dcddff99ef1309d6efab1313662c0f16ca593763a50a1e46, en de alinea staat in dat document op bytes 16067 tot 16958.