Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL8549.
Voorzover de klacht al aan de daaraan te stellen eisen voldoet, meen ik dat deze faalt. Niet onbegrijpelijk is het - in hoge mate feitelijke - oordeel van het hof dat geen grief is gericht tegen hetgeen de rechtbank onder 3.2 en 3.3 in haar vonnis heeft overwogen. De drie grieven van [eiseres] vermelden immers steeds de rechtsoverwegingen waartegen zij zijn gericht; rov. 3.2 en 3.3 zijn daarbij niet genoemd. Dat [eiseres] geen grief heeft gericht tegen deze rechtsoverwegingen is ook te begrijpen, nu de rechtbank in rov. 3.2 (slechts) het standpunt van [eiseres] heeft weergegeven en in rov. 3.3 (slechts) de bij de beoordeling te betrekken feiten en omstandigheden heeft opgesomd. Het oordeel van de rechtbank volgt pas in rov. 3.4 en 3.5. Daartegen richtte zich dan ook de tweede grief van [eiseres], welke grief het hof heeft behandeld in rov. 3.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d43ee05282890300dcddff99ef1309d6efab1313662c0f16ca593763a50a1e46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d43ee05282890300dcddff99ef1309d6efab1313662c0f16ca593763a50a1e46, en de alinea staat in dat document op bytes 24555 tot 25422.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d43ee05282890300dcddff99ef1309d6efab1313662c0f16ca593763a50a1e46 | shasum -a 256