Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2010

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM0710.

2.3 Voor zover verweerders in cassatie zich op het standpunt stellen dat [verzoeker 1] in verband met belangenverstrengeling niet bevoegd was e-Traction Worldwide te vertegenwoordigen en het besluit van het bestuur van deze vennootschap dientengevolge ten onrechte is genomen, geldt het volgende. De vraag welk orgaan van de rechtspersoon bevoegd is te besluiten tot het aanhangig maken van een rechterlijke procedure of tot het instellen van een rechtsmiddel, zoals in casu beroep in cassatie, wordt naar Nederlands IPR beantwoord door het recht volgens welk de rechtspersoon is opgericht (het incorporatierecht). Het incorporatierecht is van toepassing op grond van art. 2 jo. 3 Wet conflictenrecht corporaties (wet van 17 december 1997, Stb. 1997, 699), hierna te noemen WCC. Het incorporatierecht beheerst de interne besluitvorming en de kwestie wie bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen (art. 3 sub c WCC).(8) De kwestie van de vertegenwoordiging van de rechtspersoon bij tegenstrijdig belang moet eveneens tot het terrein van het incorporatierecht worden gerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb91dbd2a6fb42b10454dcac36f81bd3af64c73ebfd16e3ea72f7001f47118f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb91dbd2a6fb42b10454dcac36f81bd3af64c73ebfd16e3ea72f7001f47118f0, en de alinea staat in dat document op bytes 24411 tot 25506.