Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2010
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM0710.
3.19 De onderdelen 4 en 5 falen. Bij de behandeling van onderdeel 3 is reeds gebleken dat in deze zaak de internationale bevoegdheid van de Ondernemingskamer niet aan de orde komt. Ten overvloede merk ik nog het volgende op. Onderdeel 4 mist feitelijke grondslag nu de bevoegdheid van de Ondernemingskamer niet is gebaseerd op art. 31 EEX-verordening. Voor zover in onderdeel 5 met 'uit het internationaal recht voortvloeiende beginselen' de EEX-verordening wordt bedoeld, faalt het, omdat het voortbouwt op onderdeel 3. Voor zover het onderdeel met deze 'uit het internationaal recht voortvloeiende beginselen' niet de EEX-verordening op het oog heeft, faalt het onderdeel eveneens, omdat niet wordt aangegeven welke beginselen concreet worden bedoeld en in welke internationale instrumenten deze beginselen zouden zijn neergelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb91dbd2a6fb42b10454dcac36f81bd3af64c73ebfd16e3ea72f7001f47118f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb91dbd2a6fb42b10454dcac36f81bd3af64c73ebfd16e3ea72f7001f47118f0, en de alinea staat in dat document op bytes 46558 tot 47403.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb91dbd2a6fb42b10454dcac36f81bd3af64c73ebfd16e3ea72f7001f47118f0 | shasum -a 256