Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2010

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM3952.

2.4 Dat B de dans zou ontspringen in een geval dat de aansprakelijkheidsverzekeraar van A de schade van D met deze laatste 'regelt', spreekt als zodanig niet aan. In het feit dat A beschikt over een aansprakelijkheidsverzekering en de verzekeraar de schuld aan D voldoet, valt als zodanig niet een voldoende rechtvaardiging te zien voor het niet langer door B hoeven bij te dragen in de schuld aan D. De uitkomst dat een derde, die (mede) aansprakelijk is voor schade die door de verzekeraar geheel wordt voldaan, zijn bijdrage aan het vergoeden van de schade niet meer zou hoeven te leveren, wordt ook tegenover de verzekeraar als onbillijk ervaren. Met het opnemen in de wet van een subrogatie ten behoeve van de verzekeraar is beoogd dat onbillijke resultaat te vermijden.((4)) Daarnaast is het ook ten aanzien van de verzekerde niet gewenst dat een belemmering voor het vergoeden van schade door de verzekeraar zou zijn dat verhaalsrechten tussen twee of meer hoofdelijke schuldenaren niet meer kunnen worden uitgeoefend. Dit laatste zou immers ertoe leiden dat de verzekerde om het ongewenste resultaat te vermijden zelf direct bij de afwikkeling van de schade betrokken moet blijven in plaats van dat hij die afwikkeling geheel aan de daarin gespecialiseerde verzekeraar kan overlaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ceea69a233f6087ff15835da846e430d70b66afea5438d9a2e4ab3b028cd8d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ceea69a233f6087ff15835da846e430d70b66afea5438d9a2e4ab3b028cd8d6, en de alinea staat in dat document op bytes 11647 tot 12951.