Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2010
Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM6076.
5.1.9. Toen [eiser] de litigieuze vordering bij de Rechtbank instelde, was [betrokkene 1] inmiddels overleden. Ten tijde van bedoelde vordering en ervan uitgaande dat zij zijn erfgenamen waren, waren derhalve de resterende drie [eiser, betrokkene 1, 3 en 4] - [eiser], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] - nog gezamenlijk eigenaar van het perceel, er - veronderstellenderwijs - van uitgaande dat de op dat moment resterende gemeenschap tussen de erfgenamen nog niet verdeeld was (ik kom hier op terug in onderdeel 5.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fc2dcedd39793b4f8d73a994421500949dbeeae1a13aff0fdf55873342eb321. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fc2dcedd39793b4f8d73a994421500949dbeeae1a13aff0fdf55873342eb321, en de alinea staat in dat document op bytes 22965 tot 23495.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fc2dcedd39793b4f8d73a994421500949dbeeae1a13aff0fdf55873342eb321 | shasum -a 256