Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2010
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM6076.
5.1.12. Steun hiervoor vind ik in het arrest van de Hoge Raad van 5 maart 1999, nr. 16780, NJ 1999, 383, waarin deelgenoten in privé tevergeefs betaling vorderden van bedragen die aan een boedel toekwamen en in dat van 24 december 1982, nr. 11827, NJ 1983, 370. Daarin overwoog de Hoge Raad dat een procedure die de geldigheid van een ouderlijke boedelverdeling tot inzet heeft, een geschil betreft waarover de rechter niet anders kan beslissen dan in een geding waarin alle bij de rechtsverhouding betrokkenen partij zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fc2dcedd39793b4f8d73a994421500949dbeeae1a13aff0fdf55873342eb321. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fc2dcedd39793b4f8d73a994421500949dbeeae1a13aff0fdf55873342eb321, en de alinea staat in dat document op bytes 24492 tot 25029.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fc2dcedd39793b4f8d73a994421500949dbeeae1a13aff0fdf55873342eb321 | shasum -a 256