Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2010

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM6237.

Uit historische gegevens van de bij de woninginbraak aan de [c-straat 1] te Kerkdriel weggenomen mobiele telefoon, voorzien van het IMEI-nummer [002], blijkt dat op 25 december 2006 het telefoonnummer 06-[003] in het toestel wordt geplaatst. Dit nummer staat op naam van [getuige 1], [g-straat 1] te Tilburg. Gevraagd naar de herkomst van deze telefoon verklaart [getuige 1] bij de politie dat hij het toestel, een Nokia 62301, op eerste kerstdag 2006 van een man heeft gekocht. Op 1 maart 2007 heeft er met getuige [getuige 1] een meervoudige fotoconfrontatie plaatsgevonden. Ter terechtzitting in hoger beroep van 20 april 2009 heeft getuige [getuige 1] verklaard dat hij bij het aanwijzen van de foto met daarop de beeltenis van verdachte als degene die aan hem de mobiele telefoon heeft verkocht, heeft toegevoegd dat hij niet 100 procent zeker wist dat de door hem aangewezen persoon daadwerkelijk de verkoper was geweest. Het hof overweegt hieromtrent het navolgende. In het proces-verbaal van tonen selectie bij simultane bewijsconfrontatie relateert verbalisant [verbalisant 5] het volgende: "Ik liet de fotoselectie ongeveer 45 seconden aan de getuige zien. Terwijl de getuige naar de selectie keek, nam ik het volgende waar: Ik zag dat getuige naar alle foto's keek. Verder keek hij regelmatig naar foto 3. Vervolgens vroeg ik aan de getuige: "Bevond de door u bedoelde persoon zich in de selectie?" Getuige antwoordde: "De persoon op foto nummer 3."" Het hof constateert dat de door verdachte ter terechtzitting geuite twijfel omtrent de door hem gedane herkenning niet uit het proces-verbaal blijkt. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van hetgeen daarin is weergegeven. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat, gelet op het tijdsverloop tussen de aankoop van de telefoon op 25 december 2006 en het horen van getuige [getuige 1] ter terechtzitting van 20 april 2009, alsmede gelet op het feit dat de getuige ter terechtzitting ten aanzien van de details omtrent die aankoop en omtrent de persoon van de verkoper geen actieve herinnering meer heeft, meer waarde dient te worden gehecht aan de verklaring die de getuige - kort na de aankoop van de mobiele telefoon - bij de politie heeft afgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd63efc8750bb5e02a212d26aebc160f915b16f61c8345e482709c3da4fcff83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd63efc8750bb5e02a212d26aebc160f915b16f61c8345e482709c3da4fcff83, en de alinea staat in dat document op bytes 22496 tot 24754.