Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM9268.
4.4. Het Hof legt aan zijn hiervoor genoemde oordeel mede ten grondslag dat de Hoge Raad in zijn arrest van 7 oktober 1992, nr. 28 204, BNB 1993/5, heeft geoordeeld dat het bedrag, dat de werknemer aan zijn werkgever betaalt voor een voorwaardelijk optierecht, negatief loon vormt in het jaar van betaling. Deze betaling was niet verplicht voor de werknemer, nu hij immers vrij was om al dan niet toe te treden tot het optiecontract. Verder leidt dit arrest niet tot de conclusie dat voor de kwalificatie als negatief loon vereist is dat het gaat om een (terug)betaling in relatie tot een voordeel dat eerder genoten is. De betreffende werknemer had immers nog niets genoten en zou wellicht in de toekomst niets genieten, bijvoorbeeld bij beëindiging van de dienstbetrekking voordat de optie uitgeoefend kon worden. De betaling stond dus tegenover iets dat nog uit de dienstbetrekking genoten zou (kunnen) worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afb8f37d43423a710c40efe126c5f05cfa40304bd96c09eff9aa233ceaa70fd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afb8f37d43423a710c40efe126c5f05cfa40304bd96c09eff9aa233ceaa70fd9, en de alinea staat in dat document op bytes 15378 tot 16305.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/afb8f37d43423a710c40efe126c5f05cfa40304bd96c09eff9aa233ceaa70fd9 | shasum -a 256