Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2010

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM9621.

4.7 Onderdeel 2 keert zich tegen rov. 4.11.4 en betoogt dat het hof - in het licht van art. 149 e.v. Rv - ten onrechte de stelling van het ABP heeft aanvaard dat een ruime interpretatie van art. 3.1 zou leiden tot een verstoring van de balans en de samenhang tussen de pensioenaanspraken enerzijds en de financiering daarvan anderzijds. Voorts heeft het hof volgens het onderdeel ten onrechte de stelling van het ABP aanvaard dat in dit verband ook de precedentwerking van de door [eiser] beoogde uitleg meespeelt. [Eiser] heeft namelijk aangevoerd dat het gestelde nadeel door het ABP niet is geconcretiseerd en dat de stelling dat de premies de pensioenlasten niet dekken derhalve niet verifieerbaar is(18). Het hof heeft, nog steeds volgens het onderdeel, miskend dat, gelet op de betwisting door [eiser], de stelling van het ABP niet zonder nadere concretisering of bewijslevering als juist kon worden aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dbb17e864bf23fc2493373c0328e7dcb8f4e3a34bdf8cab351b38731aed7c96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dbb17e864bf23fc2493373c0328e7dcb8f4e3a34bdf8cab351b38731aed7c96, en de alinea staat in dat document op bytes 29971 tot 30900.