Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2010

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM9621.

4.8 Het onderdeel faalt omdat het van een onjuiste rechtsopvatting uitgaat. De betrokken stellingen van het ABP zijn aangevoerd als verweer tegen de stelling van [eiser] dat art. 3.1. PR ruim moet worden uitgelegd. Op grond van art. 150 Rv draagt [eiser] de bewijslast en derhalve ook de stelplicht met betrekking tot deze ruime uitleg. Het hof - dat kennelijk van oordeel was dat het ABP met zijn betoog een voldoende onderbouwd verweer heeft gevoerd - was niet gehouden het ABP op dit punt nadere concretisering of bewijslevering op te dragen. 's Hofs oordeel geeft dan ook niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dbb17e864bf23fc2493373c0328e7dcb8f4e3a34bdf8cab351b38731aed7c96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dbb17e864bf23fc2493373c0328e7dcb8f4e3a34bdf8cab351b38731aed7c96, en de alinea staat in dat document op bytes 30920 tot 31584.