Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BN8521.
1.3. Nadat ABB B.V. de agentuurovereenkomst had opgezegd tegen 1 augustus 2004 heeft Kojen haar vorderingen in conventie ingrijpend gewijzigd(3). In cassatie is alleen nog van belang de deelvordering tot betaling van € 159.775,-, te vermeerderen met na 25 maart 2003 verschenen provisies. Deze vordering had betrekking op provisies over vier onderhoudscontracten m.b.t. in Turkije geleverde warmtekrachtcentrales. Het door Kojen aan ABB B.V. in rekening gebrachte provisiebedrag baseerde zij op een schrijven van [A] van 25 november 1997 aan Kojen, waarin een provisieregeling was neergelegd. ABB B.V. heeft tegen deze vordering ingebracht dat na de overname van [A] door ABB een nieuwe provisieregeling tussen partijen is overeengekomen. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft ABB B.V. een brief van 18 oktober 1999 overgelegd, waaruit die nieuwe regeling zou blijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/459aeb435a8f41f6bbd43ebb17b1a8d5c84be2cf0349832106a50095a17ee8f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 459aeb435a8f41f6bbd43ebb17b1a8d5c84be2cf0349832106a50095a17ee8f5, en de alinea staat in dat document op bytes 7286 tot 8172.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/459aeb435a8f41f6bbd43ebb17b1a8d5c84be2cf0349832106a50095a17ee8f5 | shasum -a 256