Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BN8521.

2.13. Onderdeel 2 is van belang als onderdeel 1 zou falen. De klacht is gericht tegen rov. 2.8 van het eindarrest en tegen de slotsom van het hof dat uit de brief van 19 oktober 1999 inderdaad blijkt dat partijen een van de oorspronkelijke provisieregeling afwijkende regeling zijn overeengekomen. Het hof verwierp daarbij het argument van Kojen(18) dat de rekeningen als voorschotfacturen moeten worden beschouwd. Het hof overwoog dat Kojen geen stukken in het geding heeft gebracht waaruit moet worden afgeleid dat zij ABB voorschotnota's stuurde en voegde hieraan toe dat Kojen op dit punt geen concreet en specifiek bewijsaanbod heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/459aeb435a8f41f6bbd43ebb17b1a8d5c84be2cf0349832106a50095a17ee8f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 459aeb435a8f41f6bbd43ebb17b1a8d5c84be2cf0349832106a50095a17ee8f5, en de alinea staat in dat document op bytes 26890 tot 27550.