Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BN8521.

2.16. Gemeten aan deze maatstaf, is niet rechtens onjuist of onbegrijpelijk dat het hof het bij pleidooi gedane bewijsaanbod niet heeft beschouwd als voldoende concreet en specifiek. Zie ik het goed, dan was het probleem dat Kojen een bepaalde gevolgtrekking voor ogen had (en te bewijzen aanbood), namelijk dat de door haar verzonden provisiefacturen het karakter hadden van voorschotnota's die geen uitsluitsel bieden over het provisiebedrag waarop Kojen recht had. Het hof heeft de feiten en omstandigheden waarop Kojen deze gevolgtrekking baseerde, besproken in rov. 2.8 en niet voldoende geacht om deze gevolgtrekking te rechtvaardigen. Weliswaar heeft het hof daarbij ten overvloede ("afgezien van het feit dat ...") opgemerkt dat de schriftelijke verklaring van Land niet onder ede is afgelegd en zeker ten aanzien van data te vaag is, hetgeen wellicht had kunnen worden hersteld indien Land onder ede zou zijn gehoord, maar een concreet aanbod tot het alsnog horen van Land als getuige heeft Kojen niet gedaan. Dat het hof het bewijsaanbod bij pleidooi te weinig specifiek achtte ten aanzien van andere feiten "waaruit moet worden afgeleid dat zij ABB cs te dezen voorschotnota's stuurde", is gelet op de gedingstukken niet onbegrijpelijk. De slotsom is dat onderdeel 2 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/459aeb435a8f41f6bbd43ebb17b1a8d5c84be2cf0349832106a50095a17ee8f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 459aeb435a8f41f6bbd43ebb17b1a8d5c84be2cf0349832106a50095a17ee8f5, en de alinea staat in dat document op bytes 29523 tot 30820.