Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010
Alinea 218 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO0396.
4.45 De Rechtbank heeft, als geciteerd in het bovenstaande onderdeel 4.41 van deze conclusie, een nadere eis gesteld, namelijk dat: 'ten tijde van het doen van uitspraak op bezwaar de bevoegdheid tot oplegging van een primaire aanslag niet op grond van artikel 11, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, vervallen is door tijdsverloop'.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be7c871dccff933737ce91d25aa7bc711b3c2cec374b7724941091765efb4e09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be7c871dccff933737ce91d25aa7bc711b3c2cec374b7724941091765efb4e09, en de alinea staat in dat document op bytes 81866 tot 82234.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be7c871dccff933737ce91d25aa7bc711b3c2cec374b7724941091765efb4e09 | shasum -a 256