Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO0396.

5.1.4. Het Hof oordeelt dat de feiten met betrekking tot de totstandkoming van de aanslag in het onderhavige geval materieel zozeer overeenkomen met die in het door de Hoge Raad der Nederlanden in zijn arrest van 23 december 2005, nr. 40 220, BNB 2006/102, berechte geval dat ook in het onderhavige geval geen aanleiding bestaat de aanslag te vernietigen omdat deze door het college is opgelegd. De omstandigheid dat de heffingsambtenaar de aanslag in de bezwaarfase heeft beoordeeld en, na vermindering daarvan, juist achtte is voldoende om het aan de aanslag klevende gebrek te herstellen. De omstandigheid dat aan belanghebbende geen mededeling is gedaan dat het bezwaarschrift ter behandeling in handen van de heffingsambtenaar is gesteld, levert naar het oordeel van het Hof geen aanwijzing op dat de beslissing op het bezwaar niet door de heffingsambtenaar is genomen. Het Hof hecht in dit verband geloof aan de verklaring die heffingsambtenaar ter zitting heeft afgelegd, dat degene die bij de gemeente Veenendaal de post verzorgt het ingekomen bezwaarschrift heeft herkend als een bezwaar tegen een legesaanslag en dat het bezwaarschrift daarom rechtstreeks is gezonden naar de afdeling waar de heffingsambtenaar werkzaam is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be7c871dccff933737ce91d25aa7bc711b3c2cec374b7724941091765efb4e09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be7c871dccff933737ce91d25aa7bc711b3c2cec374b7724941091765efb4e09, en de alinea staat in dat document op bytes 13696 tot 14942.