Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010

Alinea 137 Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO1799.

3.57 Het middel neemt tot uitgangspunt dat waar het hof in rov. 3.5.1 spreekt van het in artikel 6:98 BW bedoelde oorzakelijk verband het hof kennelijk het c.s.q.n.-verband bedoelt. Nu heeft het hof zich inderdaad de vraag gesteld, die normaliter wat betreft de vestiging van de aansprakelijkheid wordt beoordeeld aan de hand van het c.s.q.n.-vereiste:(46) wat zou er zijn gebeurd als Fortis [verweerder] c.s. wel de door het hof vereiste waarschuwing had gegeven? Causaliteit impliceert immers een vergelijking tussen de actuele situatie nà de normschending en de (of beter: een meest waarschijnlijke geachte) hypothetische situatie die zonder de verweten normschending zou zijn ingetreden. De verwijzing door het hof naar artikel 6:98 BW ziet m.i. niet op de toerekeningsvragen die ter zake omvang van de aansprakelijkheid aan de hand van artikel 6:98 BW worden beoordeeld. In zoverre onderschrijf ik het uitgangspunt van het middel: het gaat om de vestiging van aansprakelijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4546e6cc71209ba10a647826ae3be23f4d8a61ab6392eb83b2c28d607d298062. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4546e6cc71209ba10a647826ae3be23f4d8a61ab6392eb83b2c28d607d298062, en de alinea staat in dat document op bytes 71605 tot 72602.