Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO1815.
17. Het middelonderdeel bestrijdt 's hofs uitleg van de akte van 18 juli 1989 waarbij de erfdienstbaarheid van weg ten gunste van perceel [AA 11] is gevestigd. Het middelonderdeel voert daartoe het volgende aan. Het hof geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting door voorop te stellen dat in de tekst van de erfdienstbaarheid zoals vervat in de akte van 18 juli 1989 ("een erfdienstbaarheid van weg [..] om met een personenauto te komen van en te gaan naar de openbare weg, zijnde de [a-straat] te Amsterdam, zulks op de voor het lijdend erf minst belastbare wijze") regelen omtrent de aan te houden breedte ontbreken. De rechtbank heeft in haar eindvonnis met juistheid overwogen dat het bij de uitleg van de akte van vestiging van een erfdienstbaarheid aankomt op de in de notariële akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, die moet worden afgeleid uit de in de akte gebezigde bewoordingen, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte. De rechtbank heeft eveneens met juistheid, overwogen dat de tekst van de erfdienstbaarheid noopt om de weg zo breed te laten zijn dat een personenauto daar zonder problemen kan rijden, maar niet tot meer dan dat en dat uit de tekst van de akte niet volgt dat een breedte van vijf meter moet worden aangehouden. Van plaatselijke gewoonten etc. zoals art. 5:73 lid 1 BW bepaalt (en art. 738 lid 1 BW (oud) bepaalde) die anders zouden indiceren, is hier geen sprake, zoals de rechtbank overweegt. Dat is in hoger beroep niet anders geworden. Deze oordelen van de rechtbank zijn juist en voor zover het hof hiervan afwijkt, is dat rechtens onjuist. Het is immers de akte van vestiging die de aard en omvang van de erfdienstbaarheid bepaalt, mede omdat deze voor een derde uit de openbare registers moet kunnen worden gekend. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat sprake is van "twijfel" als bedoeld in art. 5:73 BW nu de akte immers kristalhelder is gelet op de aanduiding dat met een personenauto over het dienend erf gereden moet kunnen worden. 's Hofs oordeel is althans onvoldoende gemotiveerd. De enige motivering die het hof voor dat oordeel heeft gegeven, is dat partijen van mening verschillen over de reikwijdte van de erfdienstbaarheid, doch deze omstandigheid levert geen twijfel op in de zin van deze bepaling nu twijfel pas rijst ingeval ook de rechter de omvang en/óf inhoud niet vast kan stellen, mede aan de hand van de tekst en de strekking van de vestigingsakte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b50eef73b3a120d0c54878d01b2521e09de8c9cb13dc9426d52bf5d95fe6862. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b50eef73b3a120d0c54878d01b2521e09de8c9cb13dc9426d52bf5d95fe6862, en de alinea staat in dat document op bytes 41999 tot 44486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4b50eef73b3a120d0c54878d01b2521e09de8c9cb13dc9426d52bf5d95fe6862 | shasum -a 256