Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO1815.
19. Middelonderdeel 5 komt op tegen 's hofs oordeel in het incidenteel hoger dat de door [eiser] c.s. aangebrachte plantenbak, bestaande uit op elkaar gestapelde open stenen met daarin aarde en begroeiing, bebouwing betreft die in strijd is met de erfdienstbaarheid van het vrij houden van bebouwing van de vier-meterstrook langs de [a-straat] ten behoeve van perceel [AA 00] ten laste van perceel [AA 22], aangezien deze plantenbak zichtbaar een constructie van stenen betreft die duurzaam met de aarde is verbonden en derhalve naar objectieve maatstaven gemeten een bebouwing is als bedoeld in de notariële akte. Het middelonderdeel klaagt dat het oordeel van het hof rechtens onjuist althans ontoereikend gemotiveerd is nu het hof heeft nagelaten een onderzoek in te stellen naar de betekenis van het woord "bebouwing" in het verband van de akte en het doel dat daarmee werd nagestreefd terwijl het hof had moeten onderzoeken - en zeker op het verweer van [eiser] c.s. in de memorie van antwoord tevens incidenteel appel onder par. 27 en 29-30 had moeten motiveren - of de door het hof getrokken conclusie dat de onderhavige "plantenbak" bebouwing is als bedoeld in de notariële akte, wel strookte met de aan partijen uit 1955 toe te rekenen objectieve, redelijke bedoeling zoals in de akte tot uitdrukking gebracht, mede gezien het al dan niet bestaan van redelijke zin voor [A] en zijn rechtsopvolgers om in en na 1955 aannemer [...] en zijn rechtsopvolgers te verbieden een vaste plantenbak als de onderhavige op de litigieuze vier-meterstrook te hebben. In de door het middelonderdeel aangegeven passages van de gedingstukken hebben [eiser] c.s. betoogd dat de in 1955 gevestigde erfdienstbaarheid van bebouwingsvrij houden ertoe strekt dat de voorgevel van het toen nieuw te bouwen woonhuis (van thans [eiser] c.s.) op perceel [AA 22] niet in het verlengde zou komen te liggen van de reeds bestaande bebouwing langs de [a-straat] maar (minimaal) vier meter achter de voorgevel van de buren. In dat verband hebben [eiser] c.s. erop gewezen dat op de litigieuze strook grond in het verleden een muurtje is aangebracht, waarschijnlijk bij de bouw van het huis (van thans [eiser] c.s.) in 1957. (Zoals hiervoor aangegeven heeft de rechtbank [eiser] c.s. veroordeeld de plantenbak te verwijderen of te verplaatsen tot aan de plek waar voorheen deze muur stond nu niet door [verweerder] c.s. is weersproken dat ter plaatse reeds een muur aanwezig was voordat [eiser] c.s. het perceel verwierven, en heeft het hof het vonnis van de rechtbank in zoverre bekrachtigd.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b50eef73b3a120d0c54878d01b2521e09de8c9cb13dc9426d52bf5d95fe6862. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b50eef73b3a120d0c54878d01b2521e09de8c9cb13dc9426d52bf5d95fe6862, en de alinea staat in dat document op bytes 47419 tot 50001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4b50eef73b3a120d0c54878d01b2521e09de8c9cb13dc9426d52bf5d95fe6862 | shasum -a 256