Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO1821.

1.1 [Verweerder], geboren op [geboortedatum] 1953, is op 1 september 1971 bij ABN AMRO in dienst getreden. Hij was laatstelijk werkzaam op de afdeling "Corporate Clients" bij de kredietadministratie van die bank. Op 4 april 2006 is [verweerder] op verdenking van het plegen van ontucht met zijn minderjarige stiefzoon in voorlopige hechtenis genomen. [Verweerder] heeft dit - via de bedrijfsarts - aan ABN AMRO gemeld. Met ingang van 26 april 2006 heeft ABN AMRO de betaling van het salaris aan [verweerder] stopgezet. [Verweerder] is op 30 augustus 2006 ter zake van het strafbare feit waarvan hij werd verdacht tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, veroordeeld. Ook hiervan is ABN AMRO door [verweerder] (met voortvarendheid) in kennis gesteld. ABN AMRO heeft [verweerder] verzocht een afschrift van het strafvonnis aan haar te verstrekken, maar dit heeft [verweerder] geweigerd, hetgeen hij in een brief van 26 januari 2007 van zijn raadsman aan ABN AMRO heeft laten weten. In die brief is aan ABN AMRO tevens meegedeeld dat [verweerder] het door hem tegen het strafvonnis ingestelde hoger beroep zou intrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1363ff4915c44bc2be791c9b0dadb4e9dd6225e7d532beb9e21936859166bca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1363ff4915c44bc2be791c9b0dadb4e9dd6225e7d532beb9e21936859166bca, en de alinea staat in dat document op bytes 5453 tot 6616.