Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO1821.

2.4 Uit HR 14 november 1986, LJN: AC3864, NJ 1987, 935, is wel afgeleid dat voor een dringende reden volstaat dat een werknemer als gevolg van detentie is verhinderd de overeengekomen werkzaamheden te verrichten, mits die detentie niet zonder voldoende grond is toegepast(4); uiteraard is bij een vrijheidsbeneming als gevolg van een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling aan die laatste voorwaarde voldaan. De heersende opvatting houdt echter in dat ook een op goede gronden berustende detentie van de werknemer niet zonder meer voor een ontslag op staande voet volstaat, en dat ook in geval van een dergelijke detentie een nadere afweging zoals hiervóór (onder 2.3) bedoeld is aangewezen(5). Bij een dergelijke afweging kunnen mede de ingrijpende gevolgen van een ontslag op staande voet(6) en de andere wettelijke mogelijkheden voor de werkgever om eventueel tot een beëindiging van het dienstverband te geraken, worden betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1363ff4915c44bc2be791c9b0dadb4e9dd6225e7d532beb9e21936859166bca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1363ff4915c44bc2be791c9b0dadb4e9dd6225e7d532beb9e21936859166bca, en de alinea staat in dat document op bytes 19578 tot 20535.