Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO1979.

51. Vervolgens, als de accountant vaststelt dat de partij bij welke hij zijn toezichtfunctie bekleedt toch bepaalde ongeoorloofde handelingen in het werk stelt en daarmee derden dupeert, bestaat er een (van de omstandigheden afhankelijke) verplichting om in te grijpen op een wijze die geëigend is om de verkeerde gang van zaken ten goede te keren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d4f77137ca0d1b79103a2463dd748e9b7dd12f7dfd06b2d8fa280b2eb6d6e26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d4f77137ca0d1b79103a2463dd748e9b7dd12f7dfd06b2d8fa280b2eb6d6e26, en de alinea staat in dat document op bytes 50838 tot 51201.