Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO1979.

26. Ik vermeld in dit verband dat de rechtspraak betreffende "bestuurdersaansprakelijkheid" ten opzichte van derden, er in ruime mate rekening mee houdt of het desbetreffende gegeven tot het taken- en aandachtsgebied van de desbetreffende bestuurder behoorde. Waar iets niet tot de bedoelde gebieden behoort en de bestuurder in kwestie (ook overigens) niet kan worden verweten dat hij van de omstandigheden die tot ingrijpen aanleiding zouden kunnen geven geen kennis droeg, kan dat - geredelijk - aan een beroep op (voldoende ernstige) verwijtbaarheid in de weg staan(22). Het is klaarblijkelijk die rechtsleer, die het hof hier - terecht - tot richtsnoer heeft genomen. Aan de hand van die rechtsleer kan zeer wel geoordeeld worden, dat een niet-handelend bestuurder geen (ernstig) verwijt mag worden gemaakt van onrechtmatigheden die zich buiten de (beperkte) gezichtskring van die bestuurder hebben afgespeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d4f77137ca0d1b79103a2463dd748e9b7dd12f7dfd06b2d8fa280b2eb6d6e26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d4f77137ca0d1b79103a2463dd748e9b7dd12f7dfd06b2d8fa280b2eb6d6e26, en de alinea staat in dat document op bytes 28222 tot 29149.