Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO2873.

2.7 De klacht mist feitelijk grondslag, nu zij berust op een onjuiste c.q. onvolledige lezing van de gewraakte rechtsoverweging. Het hof heeft in rov. 2.5 immers overwogen dat de voor oninbare vorderingen getroffen voorziening geheel is aangewend voor andere oninbare vorderingen. Daarmee staat vast, aldus de in zoverre niet bestreden overweging van het hof, dat [verweerster] - naast de overige gevorderde schadeposten - tot het gevorderde bedrag van € 14.778,41 schade heeft geleden omdat de Puramis-claim oninbaar is gebleken. Het hof verdisconteert dus dat de getroffen voorziening ad € 48.022,71(6) voor dubieuze debiteuren, waarnaar artikel 12.2 van de overeenkomst verwijst, reeds is benut voor andere oninbare vorderingen. Zo bezien, is niet onbegrijpelijk het oordeel dat de gevorderde bedragen boven de drempelbedragen komen. Subonderdeel 1.2 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4072e9f506d3145946054d95128ccc9ebe643826d7ac0440718053c76cf97429. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4072e9f506d3145946054d95128ccc9ebe643826d7ac0440718053c76cf97429, en de alinea staat in dat document op bytes 15368 tot 16246.