Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO2873.

Aan het middel kan worden toegegeven dat oninbaarheid veronderstelt dat is getracht de vordering te innen. Dan rijst wel de vraag welke eisen daaraan gesteld mogen worden. Het zenden van een factuur is immers ook een poging om een vordering daadwerkelijk te innen, zij het slechts een eerste stap. Het middel veronderstelt echter dat meer stappen dienen te worden ondernomen. Bij deze vervolgstappen kan men denken aan het (herhaaldelijk) in gebreke stellen, het uit handen geven van de vordering ter incasso, eventueel beslag leggen, dagvaarden en executeren. Waar hier de grens precies moet worden gelegd, om te spreken van "daadwerkelijk innen" respectievelijk van "oninbaarheid" wordt door het middel echter niet aangegeven en laat zich in het algemeen niet zeggen. Met name zal dit niet alleen afhangen van de in de middel genoemde (extreme) omstandigheid van een faillissement van de debiteur met een lege boedel. Ook als de situatie minder dramatisch is, kan een vordering voor een bedrijf oninbaar zijn omdat de kosten en kansen om betaling te krijgen niet opwegen tegen de verwachte opbrengst. Het komt mij, anders gezegd, niet vreemd voor om in dit verband gewicht toe te kennen aan de beoordeling door (het bestuur van) de schuldeiser om een vordering als oninbaar af te boeken. Of die beslissing een redelijkheidstoets kan doorstaan, wordt normaliter beoordeeld door een accountant in het kader van diens beoordeling van de jaarstukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4072e9f506d3145946054d95128ccc9ebe643826d7ac0440718053c76cf97429. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4072e9f506d3145946054d95128ccc9ebe643826d7ac0440718053c76cf97429, en de alinea staat in dat document op bytes 31255 tot 32717.