Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2010

Alinea 338 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO2966.

Mijn indruk is evenwel dat de Hoge Raad van een andere opvatting uitgaat, die meer hecht aan het objectieve bestaan van een aanmerkelijke kans.(93) Ik zal de eerste deelvraag dan ook in die geest behandelen. Deze deelklacht zal ik op de eigen merites, onafhankelijk van het tweede en derde middel, bespreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc025eff6dd5e1d53c58ed13b676e12f4f5baff0433590ba36182c93601f1433. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc025eff6dd5e1d53c58ed13b676e12f4f5baff0433590ba36182c93601f1433, en de alinea staat in dat document op bytes 110090 tot 110411.