Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 149 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356.

ii. HR 29 juni 2009, LJN BH6537, JOR 2009/193 ("KPNQwest II"): Naar aanleiding van de Derde Beschikking hadden Qwest, KPN, KPN B.V. en (een deel van) de andere Verzoekers 34 - 47 cassatieberoep ingesteld en de VEB c.s. incidenteel cassatieberoep. Het principale en incidentele beroep hadden betrekking op dezelfde kwestie: kan de Ondernemingskamer de door haar in gang gezette enquêteprocedure naar een gefailleerde vennootschap beëindigen, indien blijkt dat daartoe onvoldoende financiële middelen voorhanden zijn, terwijl uitzicht op dit punt ontbreekt (incidentele beroep) en, zo ja, onder welke voorwaarden kan dit geschieden (principale beroep)? De Hoge Raad verwierp beide beroepen. De Hoge Raad overwoog daartoe dat het de Ondernemingskamer inderdaad vrij staat terug te komen van haar beslissing dat voldoende gronden bestaan om een onderzoek te bevelen. Bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat het uit een oogpunt van proceseconomie de voorkeur verdient pas een onderzoek te bevelen als duidelijk is dat de benodigde gelden beschikbaar zijn. De vraag of hiervan sprake is, hangt af van een feitelijke waardering waar de Hoge Raad niet over kon oordelen;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af, en de alinea staat in dat document op bytes 47704 tot 48890.