Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Alinea 191 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356.
3.6 Nadat de Ondernemingskamer een enquête heeft gelast kan de procedure - in beginsel - niet meer worden beëindigd doordat de verzoeker tot het houden van die enquête zijn oorspronkelijke verzoek intrekt. De intrekking van het enquêteverzoek in dat stadium brengt dan ook op zichzelf nog niet het einde van de procedure mee. Of de procedure hangende het bevolen onderzoek dient te worden beëindigd staat ter beoordeling van de Ondernemingskamer. Denkbaar is dat de Ondernemingskamer beslist dat het onderzoek afgerond dient te worden en het onderzoeksverslag aan partijen toegezonden moet worden en wellicht ook ter inzage moet worden gelegd. Dit oordeel berust op de eigen aard van de enquêteprocedure, waarbij naast de belangen van de verzoekers, aandeelhouders, bestuurders en commissarissen (de belangen die in deze zaak aan intrekking respectievelijk het verzoek tot beëindiging ten grondslag zijn gelegd) ook andere belangen, waaronder ten minste die van de rechtspersoon, maar ook maatschappelijke belangen een rol (kunnen) spelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af, en de alinea staat in dat document op bytes 65130 tot 66189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af | shasum -a 256