Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Alinea 211 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356.
3.2 Het eerste middelonderdeel klaagt dat de Ondernemingskamer in rov. 3.6 van de litigieuze beschikking blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans haar beschikking niet naar de eis der wet met redenen heeft omkleed. De Ondernemingskamer heeft, aldus het middelonderdeel, miskend dat de intrekking van het enquêteverzoek van de VEB c.s. het einde van de onderhavige procedure meebracht. De procedure die met het enquêteverzoek van 23 augustus 2005 was ingeleid, was nog niet geëindigd, zodat de VEB c.s. bevoegd waren op grond van artikel 283 Rv hun verzoek in te trekken. Het gevolg daarvan zou moeten zijn dat de procedure en daarmee het onderzoek een einde namen - behoudens andere aan de orde zijnde verzoeken, maar daarvan was in deze zaak geen sprake-. De eigen aard van de enquêteprocedure doet daaraan niet af, aldus het middelonderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af, en de alinea staat in dat document op bytes 73964 tot 74846.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af | shasum -a 256