Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 235 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356.

3.16 De beslissing van de Ondernemingskamer op een verzoek een enquête te bevelen, geldt volgens het bovenstaande (in ieder geval deels) als eindbeschikking. Er wordt immers in het dictum beslist op (een belangrijk deel van) het verzoek. In de Ogem II-beschikking(23) heeft de Hoge Raad dit ook bevestigd: "Indien de OK een vordering of verzoek als bedoeld in art. 2:345 BW toe- dan wel afwijst, dient de desbetreffende beschikking voor wat de beroepstermijn betreft te worden aangemerkt als een eindbeschikking, nu met die beschikking door een uitdrukkelijk dictum een eind wordt gemaakt aan het geding omtrent hetgeen gevorderd onderscheidenlijk verzocht is." In de onderhavige procedure is destijds in overeenstemming met de beslissing van de Hoge Raad in de Ogem II-beschikking cassatie ingesteld tegen de Tweede Beschikking van de Ondernemingskamer waarbij het onderzoek is bevolen.(24) Het citaat uit de Ogem II-beschikking wekt de indruk dat de Hoge Raad ervan uit gaat dat een bevel tot een enquête-onderzoek buiten de beroepstermijnen om niet zonder meer als eindbeschikking moet gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af, en de alinea staat in dat document op bytes 84705 tot 85817.