Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Alinea 262 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356.
3.28 Voor het antwoord op die vraag is de opzet van art. 283 Rv relevant. De wetgever heeft in dat artikel een onderscheid gemaakt tussen enerzijds vermindering van het verzoek en anderzijds verandering en vermeerdering. Voor die laatste geldt dat er, ook in de fase dat artikel 283 Rv van toepassing is, de mogelijkheid voor belanghebbenden is opgenomen om bezwaar te maken en het als taak van de rechter geldt om te beoordelen of de wijziging in strijd is met de goede procesorde (artikel 283 jo. 130 Rv). M.i. volgt uit art. 283 Rv. dat intrekking van een verzoek een veel vrijer uit te oefenen recht is voor de verzoeker dan verandering of vermeerdering van een verzoek. Zo kan een belanghebbende geen bezwaar maken tegen een verandering of vermeerdering van een verzoek. Het gevolg daarvan is dat de mogelijkheid van ingrijpen en van sturing door de rechter bij intrekking van een verzoek veel geringer is dan bij verandering of vermeerdering van een verzoek. In de literatuur wordt zelfs verdedigd dat het door de rechter ambtshalve buiten beschouwing laten van een vermindering van een verzoek niet aan de orde is(34). In die opvatting heeft de rechter zelfs geen enkele vrijheid om intrekking af te wijzen. M.i. dient de uitoefening van het intrekkingsrecht aanzienlijk minder streng worden getoetst aan eisen van de redelijkheid en billijkheid en de goede procesorde dan een verandering of vermeerdering van een verzoek. De reden voor dit verschil in toetsing door de rechter is dat de wetgever in art. 283 Rv bij intrekking de verwijzing naar art. 130 Rv -anders dan bij verandering of vermeerdering van het verzoek achterwege heeft gelaten. Het gevolg hiervan is dat de Ondernemingskamer doorgaans na intrekking van het oorspronkelijke enquêteverzoek niet anders kan vaststellen dan dat het geding is beëindigd. Slechts in heel uitzonderlijke gevallen, zoals het gebruiken van het intrekkingsrecht enkel om het belang van een ander te schaden, kan zij m.i. een intrekking niet toelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af, en de alinea staat in dat document op bytes 96455 tot 98468.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af | shasum -a 256