Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 263 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356.

3.29 Voor een uitleg van art. 283 Rv waarin intrekking alleen in zeer uitzonderlijke gevallen niet tot beëindiging van de enquêteprocedure leidt zijn goede inhoudelijke argumenten aan te voeren. De Ondernemingskamer mag in bepaalde gevallen in de enquêteprocedure als betrekkelijk activistische rechter optreden. Ik wijs op de bevoegdheid van de Ondernemingskamer om in afwijking van het verzoek van een partij de reikwijdte van het onderzoek te bepalen. Die bevoegdheid van de Ondernemingskamer heeft de Hoge Raad overigens op grond van algemeen procesrechtelijke argumenten ingeperkt. De Ondernemingskamer mag, in verband met het voorschrift van art. 24 RVV, geen beslissing geven waarop de betrokken partijen, gelet op het verloop van het geding en het processuele debat, niet bedacht behoefden te zijn en over de consequenties waarvan zij zich niet hebben kunnen uitlaten(35). De bevoegdheid van de Ondernemingskamer om een intrekking ter zijde te stellen is van andere orde en gaat veel verder dan het bijstellen van bij voorbeeld de omvang van een onderzoek. Zij raakt de grondslag van het geding. Daarom heb ik er grote moeite mee dat de rechter kan beslissen dat een civiele procedure die de verzoekende partij niet meer wenst niettemin wordt voortgezet. Hier past een zeer grote terughoudendheid van de Ondernemingskamer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af, en de alinea staat in dat document op bytes 98488 tot 99835.