Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 268 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356.

3.33 Ik ga nog wat meer specifiek op de materie van het terzijde stellen van art. 283 Rv in: op grond van art. 261 Rv. dient een eventuele niet-toepasselijkheid van art. 283 Rv uit de wet voort te vloeien. Deze formulering ziet zowel op expliciete uitzonderingen als op impliciete uitzonderingen(37). Onder het oude recht was de regeling omgekeerd: artikelen 429-429r Rv (OUD) waren alleen van toepassing op verzoekschriftprocedures waarvoor dat was bepaald. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat onder het oude recht al een tendens bestond naar een zo groot mogelijk bereik van de titel, wat door de omkering in de nieuwe regeling nog eens is versterkt.(38)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af, en de alinea staat in dat document op bytes 102153 tot 102821.