Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Alinea 269 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356.
3.34 In de recente jurisprudentie van de Hoge Raad over het enquêterecht waarin vragen van procesrecht aan de orde zijn, heeft hij m.i. in overeenstemming met de gedachte die aan art. 261 Rv ten grondslag ligt ruime toepassing aan het algemene procesrecht gegeven en dit niet snel terzijde gelaten op grond van wat de Ondernemingskamer de bijzondere aard van het enquêterecht noemt. Voor zover de Hoge Raad wil afwijken, heeft hij dit steeds expliciet gemotiveerd. Ik acht deze jurisprudentiële lijn inhoudelijk juist, omdat deze lijn partijen terugvoert naar het wettelijke kader dat duidelijke spelregels bevat. Deze bevordert de rechtszekerheid. Ik citeer enige relevante jurisprudentie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af, en de alinea staat in dat document op bytes 102841 tot 103547.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af | shasum -a 256