Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 281 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356.

3.36 Voor zover dit aspect in de enquêteprocedure een grotere c.q. andere rol speelt dan in andere procedures, merk ik het volgende op. Te denken valt enerzijds aan partijen die een belang hebben en daarnaast ook zelf de bevoegdheid zouden hebben (gehad) om een enquêteverzoek te entameren, anderzijds aan belangen waarvoor dat niet geldt. Voor die eerste groep geldt dat de betreffende partijen in beginsel nog altijd om een (nieuwe) enquête kunnen verzoeken. Dat geldt voor de tweede groep niet, maar daar waar algemenere belangen van voldoende gewicht een rol spelen, is die taak mijns inziens weggelegd voor de advocaat-generaal bij het gerechtshof Amsterdam. Die is op grond van artikel 2:345 lid 2 BW immers bevoegd een verzoek om een enquête doen om redenen van openbaar belang. De rol die de algemene belangen daarbuiten mogen spelen, moeten mijns inziens niet overschat worden. Als een partij niet gerechtigd is om zelf een enquête te verzoeken en het betreffende belang onvoldoende wordt geacht om in het openbaar belang een onderzoek wenselijk te maken, ligt het wat mij betreft niet voor de hand dat een dergelijk belang van voldoende gewicht is om een schikking te blokkeren en een bepaling van burgerlijk procesrecht (artikel 283 Rv) opzij te zetten.(40)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af, en de alinea staat in dat document op bytes 110634 tot 111921.