Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 284 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356.

3.39 Alles afwegende meen ik dat artikel 283 Rv, zoals ik dit hierboven heb uitgelegd, op de enquêteprocedure voor zover het om intrekking gaat moet worden toegepast. De argumenten tegen toepassing van die bepaling wegen m.i. niet zwaar genoeg, zeker nu Boek 2 BW de kwestie openlaat. De Ondernemingskamer heeft art. 283 Rv niet goed uitgelegd, omdat zij op basis van een haar niet toekomende bevoegdheid de verschillende tegen elkaar staande belangen te vrij en te discretionair tegen elkaar heeft afgewogen. Art. 283 Rv biedt niet de ruimte voor een zeer vrije belangenafweging en impliceert dat de intrekking van het enquêteverzoek door de Ondernemingskamer in beginsel behoudens weinig voorkomende uitzonderingen van zeer bijzondere aard beëindiging van het geding meebrengt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af, en de alinea staat in dat document op bytes 114816 tot 115612.