Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 296 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3356.

3.46 Hierbij is mijns inziens het onderscheid tussen de verzoekschriftprocedure als geheel en afzonderlijke individuele verzoeken van belang. Bij de bespreking van middelonderdeel 1 is vermeld dat bij procedures waarin een enquête-onderzoek wordt gelast, sprake is van één procedure tot het moment dat het onderzoeksrapport ter griffie van het gerechtshof Amsterdam wordt neergelegd conform artikel 2:353 BW. Dat neemt niet weg dat aanvullende verzoeken binnen de procedure (bijvoorbeeld verzoeken om voorlopige voorzieningen en veranderings- of vermeerderingsverzoeken) gelden als afzonderlijke verzoeken. Artikel 282 lid 1 Rv ziet mijns inziens op behandeling van een verzoek en niet van de verzoekschriftprocedure. Dat is taalkundig logischer en doet ook recht aan het feit dat nieuwe verzoeken invloed kunnen hebben op de positie - en daarmee de processtrategie - van belanghebbenden. In gelijke zin heeft de Ondernemingskamer geoordeeld in de Deminor/Laurus-beschikking(47). Die beschikking betrof onder meer de vraag of Deminor - die tot op dat moment zich nog niet in de procedure had gemengd - nog als belanghebbende een verweerschrift kon indienen op het moment dat twee van de al betrokken partijen een verzoek hadden ingediend om de periode waarop de lopende Laurus-enquête zag uit te breiden. De Ondernemingskamer oordeelde, mijns inziens terecht:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54dbff2e45fc198a46fd3097faa15c617fd535d3fa7e5ef16222f0f5f69953af, en de alinea staat in dat document op bytes 121805 tot 123182.