Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2010
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2010
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3408.
8. Een aangehouden verdachte dient voorafgaand aan het eerste verhoor te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat, en dient - behoudens het geval hij daarvan uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in ieder geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan - de gelegenheid te worden geboden dat recht te verwezenlijken.(1) Indien een dergelijke gelegenheid niet dan wel niet binnen redelijke grenzen is geboden voorafgaand aan het eerste verhoor, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv, dat, na een daartoe strekkend verweer, in de regel - tenzij er sprake is van afstand van recht, of er dwingende redenen bestaan om het recht op raadpleging te beperken - dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen.(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/befd913d825b393661dbd5d747704de11888673ac446c0f4df0728998d9f4374. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt befd913d825b393661dbd5d747704de11888673ac446c0f4df0728998d9f4374, en de alinea staat in dat document op bytes 11644 tot 12503.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/befd913d825b393661dbd5d747704de11888673ac446c0f4df0728998d9f4374 | shasum -a 256