Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2010

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2010

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO3408.

12. In mijn conclusie voorafgaande aan HR 30 juni 2009, LJN BH3079, NJ 2009, 349 m.nt Schalken (punt 10.5 jo. 8.24) betoogde ik dat de bewijsuitsluitingsregel in wat ik "lopende zaken" noemde met enige soepelheid zou kunnen worden toegepast. De arresten Salduz en Panovits leken er namelijk niet toe te dwingen dat ook het gebruik van een verklaring die geen "signifant element" van de bewijsvoering vormt, in strijd is met art. 6 EVRM. De vraag is of de Hoge Raad voor een dergelijke genuanceerde benadering ruimte heeft willen laten. In zijn overwegingen is geen aparte plaats ingeruimd voor lopende zaken. In alle gevallen geldt dat "in de regel - dus afgezien van" (kort gezegd) afstand van recht en dwingende redenen - bewijsuitsluiting moet volgen. Mij is niet duidelijk hoe dit gelezen moet worden. Vormen afstand van recht en dwingende redenen de enige uitzonderingen op de bewijsuitsluitingsregel, of vormen zij uitzonderingen op de regel dat in de regel bewijsuitsluiting moet volgen als de verdachte niet de gelegenheid heeft gehad om een advocaat te raadplegen?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/befd913d825b393661dbd5d747704de11888673ac446c0f4df0728998d9f4374. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt befd913d825b393661dbd5d747704de11888673ac446c0f4df0728998d9f4374, en de alinea staat in dat document op bytes 14915 tot 16001.